Sporten loont

Maandag 17 oktober mocht ik in Sportcentrum De Fluit de Sport In openen. Bijna 300 kinderen deden mee aan deze eerste dag van de herfstvakantie, die geheel in het teken stond van lekker sporten en bewegen. Liefst 20 verschillende sportverenigingen verleenden hun medewerking aan dit festijn. En er was zelfs nog een cultureel programma voor kinderen die even genoeg bewogen hadden. Het was een prachtig gezicht om zoveel enthousiaste kinderen uit de groepen 5 t/m 8 van de basisscholen zo bezig te zien.

De opening gaf mij de kans om nog even wat opmerkelijke resultaten van onze recente lokale Sportmonitor 2011 te noemen. Uit dit in september uitgekomen rapport blijkt namelijk dat in onze gemeente maar liefst 92 procent van de kinderen van 6 - 11 jaar aan sport doet en 90 procent van de kinderen tussen 12 -17 jaar. Met name in deze laatste groep is de sportdeelname ten opzichte van de eerste lokale Sportmonitor uit 2008 flink gegroeid. Als criterium geldt dat men tenminste 12 keer per jaar aan sporten doet. De gymlessen op school uiteraard niet meegerekend.

Voor de gehele bevolking van Leidschendam-Voorburg blijkt dat 75 procent aan deze norm voldoet. Ten opzichte van 3 jaar geleden betekent dat een stijging van 4 procent. Ten opzichte van de gemiddelde sportdeelname in heel Nederland scoort onze gemeente liefst 7 procent hoger. De populairste sport onder ouderen dan 18 jaar is fitness (cardio en/of krachttraining), gevolgd door zwemmen, wandelen en hardlopen. Tennissen en darts is qua beoefening ten opzichte van 2008 iets gedaald.

Uit deze cijfers blijkt dat het beleid gericht op het bevorderen van de deelname aan sport en bewegen de afgelopen jaren succesvol is geweest. De cijfers liggen in alle leeftijdscategorieën hoger dan in 2008. Dat onze gemeente beter dan gemiddeld scoort is niet zo verwonderlijk: er ligt namelijk een duidelijke relatie tussen inkomen en opleidingsniveau en deelname aan sport en bewegen. Als gemeente met een relatief hoog gemiddeld inkomens- en opleidingsniveau verbaast het dan niet dat we het goed doen. Wat natuurlijk ook helpt is dat onze gemeente een groot aantal goed georganiseerde sportverenigingen en (particuliere) sportcentra heeft, die steeds beter inspelen op de groeiende maatschappelijke behoefte aan sport en bewegen. Kortom, het sportklimaat in onze gemeente is gunstig.

Het hoeft nauwelijks betoog dat regelmatig sporten en bewegen een grote bijdrage levert aan het maatschappelijk en persoonlijk welzijn. Sporten is niet alleen gezond, maar ook leuk en vaak ook een fantastische sociale bezigheid. Het valt nauwelijks te becijferen hoe groot de maatschappelijke kosten zouden zijn als er niet of nauwelijks aan sportbeoefening zou kunnen worden gedaan. Niet alleen de medische kosten zouden nog sneller omhoog vliegen, maar ook de kosten voor het bestrijden van jongerenoverlast en maatschappelijke ontsporing van jongeren.

In de gemeentelijke bezuinigingen heeft -terecht- ook de sport zijn aandeel moeten nemen. De subsidie voor jeugdleden voor onze sportverenigingen wordt geschrapt en ook een aantal stimuleringsmaatregelen ter bevordering van sport en bewegen zal in de toekomst niet meer mogelijk zijn. Dat betekent bijvoorbeeld dat de straatvoetbaldagen (onlangs in Voorburg liefst 600 kinderen die deelnamen!) en de schoolsportdagen in de toekomst zichzelf, zonder subsidie, moeten bedruipen.
De komende jaren zullen we de effecten van deze bezuinigingsmaatregelen wellicht gaan merken. In ieder geval reden om deze effecten goed te monitoren. De Sportmonitor 2011 is daarom ook te beschouwen als een soort graadmeter van hoe de situatie was voordat de bezuinigingen van toepassing worden.

Tegenover die bezuinigingen staan overigens ook positieve ontwikkelingen. Zoals de handhaving (en zelfs uitbreiding) van de zogenaamde Combinatiefunctionarissen; dat zijn vakleerkrachten die zowel sportlessen op scholen kunnen verzorgen als naschoolse sportactiviteiten met sportverenigingen samen organiseren. Ook zijn de huurtarieven voor de sportaccommodaties in het algemeen niet omhoog gegaan. De bouw van een nieuwe sporthal aan de Marcellus Emantslaan in Voorburg is weliswaar geschrapt, maar het besluit tot het realiseren van een nieuw of vernieuwd zwembad in plaats van het (verouderde) zwembad De Fluit staat nog steeds fier overeind. Met de handhaving van de Ooievaarspas en de bijzondere bijstandsvoorzieningen voor contributies, zwemlessen en sportkleding,  blijft sportdeelname voor minderjarigen uit huishoudens en ouderen die het met een laag inkomen moeten stellen nog steeds heel bereikbaar. Verschillen in inkomen mogen uiteraard niet leiden tot uitsluiting van een deel van onze bevolking voor sporten en bewegen.

Mijn verwachting is daarom dat Leidschendam-Voorburg ook in 2015 -als de volgende Sportmonitor zal verschijnen- nog steeds trots kan zijn op zijn cijfers met betrekking tot de deelname aan sporten en bewegen. Wel zullen we alert moeten blijven op nadelige effecten die zich voordoen. Sporten loont immers!