Dodenlijst 1692-1714

"Voer voor genealogen: een Voorburgse dodenlijst van 1692 tot 1714".

 

Een brok mensengeschiedenis aan de vergetelheid ontrukt.

 

Op de elfde van de elfde van dit jaar werd er een niet onbelangrijke stap gezet bij het openbaar maken van de archieven binnen onze gemeente. Op die datum, vanouds de feestdag van Sint Maarten, de patroon van Voorburg èn van de parochie van die naam, werd de zogenoemde 'Inventaris' gepresenteerd 'van de archieven van de R.-K. Statie en Parochie van de H. Martinus te Voorburg' vanaf 1680 tot omstreeks 1960. Oude -vaak perkamenten- charters met verhandelingen over de meest uiteen lopende onderwerpen, rekeningen, notulen, registers en wat er zoal in de loop van ruim drie eeuwen bewaard is gebleven.

Een archiefinventaris is doorgaans een opsomming van gegevens uit de oude doos, behalve als men de moeite neemt om wat dieper te graven naar wat er in die vergeelde documenten nu echt staat.

Een van die documenten was niet eens origineel, maar een fotokopie van een onooglijk boekje met de tekst:

'Dit is den boek verhalende den staet van de pastorije van Voorburgh' uit 1680. Het was in oud schrift geschreven door pastoor Joannes van Neercassel, die hier parochieherder was vanaf 1680 tot 1692.

Hierin beschrijft de pastoor tot in detail alles was hij bij zijn aantreden aantrof in zijn pastorie, het als kerkje fungerende buitenhuis 'Bijvliet' aan het Oosteinde en in de daarbij behorende tuin. En dat alles was op de plek waar nu de neogotische kerk staat aan datzelfde Oosteinde.

Nog interessanter was echter dat, wat de opvolgers van deze pastoor Van Neercassel, de pastoors Petrus van Beest en Nicolaus de Reeder ons hebben nagelaten. Een lijst met namen van parochianen die de zogenoemde Laatste Sacramenten hadden ontvangen, lopend vanaf juni 1692 tot 16 mei 1704, en. een lijst van overledenen over de periode 31 juli 1692 tot 16 mei 1714.  Doorgaans is zo'n lijst een opsomming van namen en alleen interessant voor genealogen en stamboomonderzoekers. In het aangetroffen 'dodenboekje' maakt de pastoor echter niet alleen melding van wie en wanneer er was overleden, maar tevens onder welke omstandigheden.

En dat geeft een toch wel zeer bijzonder beeld van de samenleving van zo'n slordige drie eeuwen geleden. De pastoor neemt geen blad voor de mond als hij melding maakt van het feit dat 'ruygen Huygh', een fervente dronkelap, 'beneveld door de brandewijn, als een beest in een stal is gestorven'. Of de brugwachter van de Geestbrug, die zich jarenlang om God noch gebod had bekommerd, maar op het eind van zijn leven zich bekeerde. Moeders die, al dan niet met hun pasgeboren kind, in het kraambed overleden. Jonge kinderen en vrome maagden van tachtig of negentig. Zelfs de zuster van de pastoor, die als vrome maagd en 'klopje' in de Heer overleed. Of -en ten slotte- de waard van de herberg 'De Witte Zwaan' die met zijn paard en wagen vlakbij de Hoornbrug te water geraakte en jammerlijk verdronk. Hij had echter altijd deugdelijk geleefd en kon dus wel rekenen op een luisterrijk plaatsje in het Hiernamaals.

Ondanks het feit dat deze dodenlijst èn in oud schrift èn in het Latijn was geschreven, leek het de samensteller de moeite waard om dat allemaal (tot tweemaal toe) te vertalen.

Kortom: voor de liefhebbers een lezenswaardig stuk om eens rustig door te lezen.

B.I.C. Dijkman,
medewerker oud-archief Voorburg en samensteller van zowel de inventaris als de daarbij behorende bijlagen

Dodenlijst

Nomina Defunctorum Pastoratus Voorburgensis, namen van de overledenen in het Voorburgse pastoraat in de periode van 31 juli 1692 - 16 mei 1714.

"Nulla defunctorum nomina/ qui tempore predecessorum meorum obiunt/ in aliquis libro/ vel charta descripta reperti"

"Ik heb in geen boek of document namen van overledenen aangetroffen, die ten tijde van mijn voorgangers zijn overleden"