Swaensteyn

 

... door de eeuwen heen

 

In het oude archief van Voorburg wordt al enige decennia lang een bijzonder belangwekkend 15e en 16e eeuws boekwerkje bewaard onder de titel: "Dit is 't memoriboec van Voirburch'. In dit oude geheel op perkament geschreven boekwerk is sprake van het 'Sinte Hubrechtshuys' (Sint Hubertus) en aan aantal armenhuisjes, die 'Heiliggeestcameren' wordt genoemd. Dit complex komt in 1623 in handen van één eigenaar. Die voegt het geheel aaneen en plakt er één grote rijk versierde gevel tegenaan. Het gebouw krijgt dan een jaartal, 1632 en een naam die je overal in Nederland tegenkomt op herbergen: 'De Swaen'. En omdat het een van de aanzienlijkste gebouwen van het oude dorp Voirburgh is voegt men er nog 'steyn' aan toe. Van steen dus. Op zich niets bijzonders zo'n naam. Er zijn er tientallen in de oude aan de graaf van Holland toebehorende Heerenstraat. Namen als 'de Vergulde Buijs', 'de Bonte Os', 'de Bruinen Hengst', de Drie Croonen', 'de Vossenburch' en nog vele andere duiden in plaats van huisnummers de panden aan.

 

Maar laten wij terug gaan naar die oude herberg, het ongetwijfeld mooiste pand uit ons oude dorp. De herberg is van alle gemakken voorzien. Behalve logement is er ook een stalhouderij bij. De gasten moeten immers ook de paarden kunnen verwisselen. In de tweede helft van de 17e eeuw wordt het tevens als rechthuis gebruikt, later gewoon kantongerecht genoemd. Ook de schout en de schepenen vergaderen er regelmatig. In deze tijd zouden we zeggen: een multifunctioneel gebouw dus. In feite zijn er in ons dorp twee belangrijke centra: de Oude of Martinikerk als het geestelijke centrum en Swaensteijn als het burgerlijke.

 

Het onlangs, na een ingrijpende restauratie heropende, Swaensteyn, heeft een lange geschiedenis achter zich. Een geschiedenis die in feite een afspiegeling is van wat zich allemaal in de ontwikkeling van ons vaderland heeft afgespeeld. Doorgaans komt de bevolking in dit trefpunt om er gewoon een pint te pakken of een beker wijn te nuttigen. Voor de rest ligt ons dorp nog mijlenver van Die Haghe, waar vanouds de regeerders en machthebbers hun domicilie hebben. Toch ligt des Graven Haghe niet altijd zo ver. Zo gaan ook de troebelen tijdens en na de Franse Revolutie niet geheel en al aan ons voorbij. De adel heeft zijn langste tijd gehad en de mensen die dat zo vinden verenigen zich onder de naam de Patriotten. Degenen die toch maar het liefst het Oranjehuis willen handhaven noemen zich Orangisten. En als er dan een stel ietwat benevelde figuren gezellig in de herberg een pilsje zitten te nuttigen, kunnen de gesprekken wel eens wat al te verhit worden. De knecht van de herbergier, een Patriot, mengt zich in de discussie met een paar Haagse Orangisten. De herbergiersknecht, die dreigt het onderspit te gaan delven, pakt in een onbewaakt ogenblik een broodmes en gaat daarmee de tegenpartij, de Oranjegezinde Hagenaar te lijf. De steek in de zij van de Hagenaar blijkt dodelijk. Als de bevolking dan hoort dat er een Oranje- of Prinsgezinde is vermoord, koelen ze hun woede op de herberg. Alles wordt kort en klein geslagen. De knecht wordt overgeleverd aan de baljuw of gerechtsdienaar en belandt uiteindelijk op het schavot.

 

De moord in de herberg moge dan het meest gruwelijke voorval uit de historie van Swaensteyn zijn geweest, er gebeuren ook andere dingen. Zoals in 1796. De schout en de schepenen vergaderen nog steeds in dezelfde zaal als waarin tot voor kort onze burgemeester met zijn wethouders bijeen kwamen. Ze besluiten een grote ijzeren kist aan te schaffen om daar de opbrengsten van de belastingen en verpondingen in op te bergen. Om het geheel veilig te stellen moet de kist niet minder dan drie sloten, met drie verschillende sleutels te hebben. Een sleutel gaat naar de secretaris en de twee andere naar twee raadsleden. Erg vertrouwen deden ze elkaar dus niet. Maar waar zullen we die kist nu veilig opbergen? Dit probleem wordt -in overleg met de herbergier- opgelost. De schatkist komt te staan in de slaapkamer van de herbergiersdochter. De kist -uiteraard niet de dochter- wordt met ijzeren bouten aan de muur vastgeklonken.

 

Inmiddels is Swaensteyn nog steeds de reguliere vergaderplaats voor de plaatselijke overheid. In 1852 krijgt de secretaris, tevens ontvanger, hulp van een 'jongmensch' om hem bij te staan bij zijn vele administratieve beslommeringen. Het salaris? f 20,- per jaar! In 1859 breidt 'de secretarie' zich uit: men telt drie hele ambtenaren. Dat suddert voort tot 1893. In dat jaar krijgt Voorburg, mede dankzij de onmisbare steun van de hier wonende prinses Marianne der Nederlanden, een eigen gemeentehuis. Het inmiddels al ietwat bouwvallig geworden Swaensteyn -de gehele bovengevel is er af- krijgt een andere bestemming. Het wordt in 1916 geëxploiteerd door de 's-Gravenhaagsche Melkinrichting 'De Sierkan'. Het bier en de wijn maken plaats voor melk. Elke morgen rijden de karren beladen met melkbussen over de zware keien de poort uit, om de melk te gaan slijten. De oude gelagkamer wordt koffiekamer en op de eerst etage komt het eerste begin van een eigen Voorburgs museum. Nog in de jaren zestig mag men dar overigens maar mondjesmaat de lokale historie komen bewonderen. Het is bouwvallig en met meer dan drie of vier personen is men bang door de vloeren te zakken.!

 

Tot in de jaren zestig staan ijzeren binten tegen de gevel aan om te voorkomen dat het geheel in elkaar zal zakken. De bekende restauratiearchitect J. Krüger neemt zijn intrek in Swaensteyn. Hij is het min of meer aan zijn stand verplicht om het weer te restaureren. De ontbrekende bovengevels worden -na reconstructie aan de hand van oude tekeningen en schilderijen er weer op geplaatst. Het interieur wordt op diverse plaatsen gecompleteerd met stukken uit het rijksdepot van opgeslagen historisch bouwkundige elementen.  In 1983 besluit de gemeenteraad om het inmiddels weer schitterende bouwwerk van architect Krüger te kopen. Bijna anderhalf miljoen gulden moet men er voor neertellen. Maar dan hebben burgemeester en wethouders toch wel een heel representatief gebouw, compleet met vergaderruimten en werkkamers voor de burgemeester en de wethouders. Als dan ook nog de oude stallen grotendeels worden gesloopt ontstaat achter en naast Swaensteyn een hypermoderne raadzaal.

 

Nu is Swaensteyn nog steeds in gebruik bij de gemeente, zij het dat nu de griffier en zijn staf daar hun werkruimten hebben, maar de raadzaal is gebleven. De raad van de fonkelnieuwe gemeente Leidschendam-Voorburg. Als raadszaal alweer te klein? De tijd zal het leren. Het oude Swaensteyn heeft al zoveel roerigs meegemaakt. Het is alleen te hopen dat we ons fraaie Swaensteyn nooit meer een bestemming zullen gaan geven, dat geen recht doet aan dit fraaie en beeldbepalende Renaissanceraadhuis.

 

Bernard Dijkman,

archiefmedewerker